Blog

#SundaySchool: 'Is het gebruik van een sterk bit het juiste antwoord?'

Bijgewerkt: aug 31

Over de jaren zijn cross country's vele malen technischer geworden. Onze paarden moeten o.a. snel kunnen schakelen en rechtgericht zijn om zo de technische opgaven te kunnen springen. Voor de hindernis vraagt dit om controle. Na de hindernis moet het paard weer vlot door galopperen. Doordat de cross country's technischer zijn geworden heeft de ruiter ook meer controle over het paard nodig. Met de veranderingen in de sport zien we trends ontstaan een daarvan is het gebruik van sterke bitten. In het engels noemen ze deze trend 'overbitting'



Paarden kunnen van nature sprinten maar stappen, draven en galopperen moeten we ze leren. Harmonie en controle zouden echter altijd de basiswaarden moeten zijn. Zonder harmonie ontstaan er problemen. Als een paard te vroeg op een te hoog tempo moet galopperen kan dit zijn natuurlijke instinct triggeren om te gaan rennen. Wanneer snelheid een geconditioneerde respons wordt op het moment dat een ruiter zijn beugels korter maakt en naar een open ruimte gaat wil de ruiter het paard en de snelheid controleren. Rijtechnische problemen en het gevoel dat remmen nodig zijn ontwikkelen zich. Bitten worden dan gezien als eerste redmiddel. Een sterker bit kan op korte termijn het gewenste effect hebben. Het is echter niet altijd het juiste antwoord. Paarden kunnen er tegen gaan 'vechten', of gooien hun hoofd omhoog om van de druk af te komen. Het contact wordt onregelmatig waardoor het ritme naar de hindernis toe moeilijk te behouden is.


Veel bitten hebben een averechtse werking en moedigen het paard aan om de rug weg te drukken. Het paard gaat hierdoor in springtechniek achteruit en de prestaties worden minder. Door bitten te gebruiken wat dit aanmoedigt creëren we veel problemen voor onszelf als ruiter en voor onze paarden. Als ruiter moeten we er voor zorgen dat we het paard trainen om juist te basculeren over de sprong.


Het gebruik van een verkeerd bit kan voor veel problemen zorgen:

  • Het paard is sterk in de kaak.

  • Het paard brengt zijn hoofd omhoog.

  • Het paard wordt stug in de nek.

  • Het paard blokkeert in de schouders.

  • Het paard reageert vertraagd of helemaal niet op de stuurhulpen van de ruiter.

  • Het paard wordt strak in de rug.

  • De ruiter stopt met de beenhulpen uit angst voor nog meer snelheid.

  • Het paard brengt de achterbenen steeds minder onder de massa.

  • De teugelhulpen van de ruiter worden de dominanten hulpen. De ruiter heeft een sterke hand.

Bovenstaande problemen kunnen zich later weer uiten in het volgende:

  • Het paard drukt de rug weg voor de sprong en basculeert weinig tot niet boven de sprong.

  • Het paard sleept met de achterbenen (tikt balken eraf met de achterbenen).

  • Het paard is strak in de schouders (tikt balken eraf met de voorbenen/ meer kans op voorbeen fouten bij het springen van vaste hindernissen).

  • Het paard wordt scheef of loopt weg over de schouder (zorgt voor problemen bij het springen van hindernissen waar veel rechtgerichtheid gevraagd wordt zoals punten en smalle hindernissen).

  • Het paard komt wisselend te dicht op de hindernis of gaat groot af.

  • Meer snelheid, minder impuls.


Meer controle kan ook getraind worden door de samenwerking tussen paard en ruiter te verbeteren. Het gebruik van sterke bitten of andere hulpmiddelen is een verkorte weg naar die controle maar is niet altijd beter. Een verandering van bit hoeft niet altijd voor problemen te zorgen uiteraard. Maar het is wel belangrijk om de harmonie en een goed gaand paard te behouden. Als er problemen zich voordoen dan is het van belang om de oorzaak te achterhalen en terug te gaan naar de basis.

Bronnen:

  • 'Two Brains, One aim' (2019) - Eric Smiley

  • 'Training the Sport Horse' (2004) - Chris Bartle


Gerelateerde artikelen:

Contact

Mariska Fröger

Van Hardenbroeklaan 17

3832CK Leusden

  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn

© 2020 by EventingHQ. All rights reserved