Blog

5 Tips van Caroline Moore & Ros Canter

Bijgewerkt: aug 31

Bron: E-venting


1. Een lui paard - Met een lui paard is het belangrijk dat je er over nadenkt hoe je je paard, bij wijze van spreken, 'aan' zet. Als je constant je been gebruikt raakt je paard er aan gewend en slaat hij af. Als je dan moeilijkere oefeningen van hem vraagt gaat hij je negeren. Ros gebruikt voorwaartse overgangen en overgangen terug. Vraag je zelf: 'Krijg ik reactie?". Wees duidelijk naar je paard en zorg dat de overgang plaatsvind wanneer je deze van je paard vraagt.


Ros gebruikt een techniek waarbij ze benen 'van het paard af gooit'. Dit voorkomt dat je paard gewend raakt aan een constante beenhulp. Je weet wanneer je paard correct aan het werk is als je een lichte verbinding hebt met de mond van je paard. Is je paard niet voorwaarts aan je hulpen dan is hij waarschijnlijk wat zwaarder in de hand. Als ruiter moet je je afvragen wat voor energielevel je paard heeft. Dit zou rond een 8 moeten zijn. Rond een 6 is te weinig en betekent misschien dat je paard achter de hulpen is.


Een goede oefening is: 4 passen arbeidsgalop, 4 passen middengalop, 4 passen verzamelde galop. Dit herhaal je een aantal keer. Deze oefening is ook perfect voor de warm-up voor een springparcours wanneer je als ruiter zenuwachtig bent en je paard neigt naar een kortere, gespannen galop. Deze oefening zorgt ervoor dat je een juiste galop voor het springen ontwikkelt.


Caroline Moore geeft aanwijzingen tijden een training. Beeld: ESVEO Fotografie

2. Contra-galop is geweldig - Contra-galop is een briljante oefening dat nog door te weinig ruiters wordt gebruikt. Zodra je paard beschikt over goed gebalanceerde galop kan je contra-galop meepakken in je training. Door het rijden van contra-galop werk je aan z'n rechtgerichtheid en balans. Het is ook de basis van je vliegende galopwisselingen. Door tijdens je contra-galop iets buiging te vragen naar binnen werk je aan het paard z'n flexibiliteit. Het helpt ook om je paard meer op de buitenteugel te krijgen als deze niet goed geaccepteerd wordt. Doe dit alleen niet tijdens je dressuurproef omdat de jury buiging naar buiten wilt zien.


Het veranderen van de buiging in de contra-galop is ook de eerste stap naar het aanleren van vliegende galopwisselingen. De verandering van buiging is voor het paard uiteindelijk een signaal dat er een vliegende galopwisseling wordt gevraagd. Houd wel in gedachten dat je de contra-galop niet eindeloos vraagt. Contra-galop is een zware oefening en bij te veel of te lang doorrijden kan het je paard ontmoedigen. Het is bedoeld als een korte oefening die je maar enkele keren vraagt aan je paard.


"You feeling inspired, will inspire your horse".

3. Een grote paslengte in stap - Meegaand bewegen in het zadel, de beweging van je paard volgend, helpt je om een grotere paslengte in stap te creëren. Uitermate handig in een uitgestrekte stap. Een goede oefening wanneer je aan lang teugeltje stapt tijdens een korte pauze in je training of buitenrit.


Ros Canter in Military Boekelo 2017. Beeld: Mariska Fröger

4. De warm-up moet passen bij je paard - Klinkt simpel maar veel ruiters besteden nog te weinig aandacht aan de bouw en het brein van hun paard voor de warm-up. Ros heeft twee 5* paarden in Allstar B en Zensherra. Beide worden compleet verschillend losgewerkt voor de beste prestatie. Allstar B is een wat lui paard welke nooit lang en laag wordt losgewerkt. Je krijgt dan moeite om hem in een juiste houding voor de dressuurproef te krijgen. Zensherra is een druk, wat scherper paard welke moeite heeft om ontspannen over de rug te lopen. 98% van het losrijden wordt dan ook besteed aan lang en laag rijden.


Het is belangrijk dat je warm-up thuis al goed bevestigd is voordat je naar wedstrijd gaat. Paarden houden van routine en op wedstrijd is het fijn voor zowel paard als ruiter om een vaste routine te hebben. In je training zou je met je coach kunnen werken aan het ontwikkelen van een goede warm-up routine voor op wedstrijd. Je paard ontwikkelt zich in de training en daardoor is het belangrijk dat je constant na blijft denken over een juiste warm-up.


5. Blijf je paard inspireren - In je training is het makkelijk om in een standaard routine te vallen. De kwaliteit van de training gaat naar beneden en je paard kan wegkomen met dingen omdat je als ruiter niet meer scherp bent. Als ruiter moet je positief denken. Je moet creatief blijven nadenken en rechtop en licht in het zadel zitten. Een glimlach helpt je te ontspannen en maakt endorfines vrij. Als jij je geïnspireerd voelt, is je paard ook geïnspireerd.


Contact

Mariska Fröger

Van Hardenbroeklaan 17

3832CK Leusden

  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn

© 2020 by EventingHQ. All rights reserved